Op 27 januari jongstleden heeft het Gerechtshof Amsterdam haar langverwachte uitspraak gedaan in de “Uber” procedure. Hierin stond (evenals in de eerdere Deliveroo zaak ) de vraag centraal of chauffeurs die via platform Uber rijden als werknemers moeten worden beschouwd of als zelfstandige ondernemers.Het Hof oordeelt in haar uitspraak dat de chauffeurs géén arbeidsovereenkomst hebben met Uber omdat sprake is van een sterke mate van ondernemerschap. Het Hof legt hierbij ondermeer de nadruk op het feit dat veel chauffeurs zelf hun werktijden bepalen, meerdere opdrachtgevers hebben, eigen investeringen doen en zelf de commerciële risico’s dragen. Hoewel het niet uitgesloten is dat individuele chauffeurs wél als werknemer kunnen worden aangemerkt, ontbreekt het volgens het Hof echter aan voldoende gegevens om specifieke groepen chauffeurs als werknemers te kwalificeren.
Gevolg van deze uitspraak is dus dat het niet mogelijk is om op collectief niveau te oordelen dat alle chauffeurs werknemer zijn. De praktijk is hiervoor dus te divers. Het Hof bevestigt met haar uitspaak wederom dat bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie per individu een toets zal moeten plaatsvinden. De vraag is nu hoe de Belastingdienst hierop zal reageren aangezien een dergelijke individuele benaderingswijze zeer tijdsintensief is.
Heeft u zelf hulp nodig met de beoordeling van een werkrelatie of vragen naar aanleiding van deze uitspraak of de aankomende wetgeving, neem contact met ons op, we helpen u graag!